
Jurisprudentie
AR2738
Datum uitspraak2004-09-16
Datum gepubliceerd2004-09-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/2441 WUV
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-09-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/2441 WUV
Statusgepubliceerd
Indicatie
Niet (tijdig) betalen griffierecht. Verzet ongegrond.
Uitspraak
03/2441 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Californië (USA), opposant,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 5 februari 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 14 april 2003, kenmerk JZ/M60/2003/0237, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan.
Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij brief van 26 februari 2004, welke op 2 maart 2004 bij de griffie van de Raad is ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van 5 augustus 2004. Daar is opposant niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Bij schrijven van 11 juni 2003, verzonden op 12 juni 2003, is opposant gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht. Bij aangetekend verzonden schrijven van
10 juli 2003 is opposant erop gewezen dat het door hem verschuldigde griffierecht binnen vier weken na dagtekening per kas dient te zijn voldaan dan wel op de bankrekening van de Raad dient te zijn bijgeschreven en is erop gewezen dat overschrijding van deze termijn niet-ontvankelijkverklaring van het beroep kan betekenen.
In verzet heeft opposant geen nadere gronden aangevoerd betreffende het niet voldoen van het griffierecht.
Wel heeft opposant meegedeeld genegen te zijn het griffierecht direct te voldoen.
De Raad is evenwel van oordeel dat daarmee niet is voldaan aan het vereiste het griffierecht tijdig te voldoen.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en
mr. T. Hoogenboom als leden, in tegenwoordigheid van A. de Gooijer als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2004.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) A. de Gooijer.
HD
09.09

